Maandelijks archief: december 2017

A blessing in disguise

Share Button

Ze schrikt als ze me ziet. De onaangename verrassing doet haar oogleden verwijden en ze houdt haar pas in. Ze twijfelt: omkeren of niet?

Haar zien doet ook mij herinneren. Scènes, waarin iemand zich van de ene op de andere dag van mij afkeert en een ander mij plotseling verwijten maakt. Waarop ik naar haar toe ga, omdat ik niet begrijp wat ik verkeerd doe. Zij ook niet. Tenminste, dat zegt ze.

Maanden later ben ik mijn goedgelovigheid voorbij. Omdat ik op mijn bureau steeds vaker post vind met het verzoek te reageren vóór een datum die gisteren was. En omdat er tijdens teamvergaderingen zaken zonder mijn medeweten worden besloten. Als ik op zulke moment de ogen van mijn naaste collega’s zoek, kijken zij nèt de andere kant op.

Het getreiter heeft effect, want begin december zit ik er doorheen. Voor haar het teken om mij een extra duwtje richting de afgrond te geven. Zo wordt van mij geëist dat ik de volgende dag beter ben. ‘Prima’ zeg ik, ‘vertel me dan alleen wel even hoe’.

Na de tijdelijke inzinking, krabbel ik op en vecht ik terug. Het voor haar karretje gespannen hoofd personeelszaken van het schoolbestuur, schrikt ervan. Zo erg, dat ze niet veel later ontslag neemt. En ook haar mededirectrice, die voor haar de kastanjes uit het vuur mag halen, delft het onderspit. De partner in crime geeft huilend toe dat ze eigenlijk helemaal geen leiding kan geven. De inmiddels ingeschakelde mediator en ik, kijken elkaar verbaasd aan.

Een paar jaar later kom ik erachter wat ze precies deed. Als het haar zo uitkwam, zette ze anderen tegen elkaar op. Ze nam daarbij zo weinig mogelijk standpunten in, om zelf buiten schot te blijven. Maar intussen zaaide ze verdeeldheid, zodat men naar haar toeging en ze haar rol als vertrouwenspersoon glansrijk kon spelen. Het leverde haar een gevoel van acceptatie en macht op. Zoiets zie je vaker bij mensen met een minderwaardigheidscomplex.

Nu, een dikke vijf jaar later, ben ik verbaasd dat ik haar nu pas tegenkom, omdat ze slechts één straat verderop woont. Een half decennium verder, waarin zij zich mede door personeelstekort de pleuris werkte. De laatste loodjes tot aan haar pensioen. Ik daarentegen vond rust, omdat ik kon doen wat ik graag wilde en besefte dat al haar moeite uiteindelijk bijdroeg aan mijn geluk. Dus wanneer ik haar passeer, lach ik en zeg: ‘Nog bedankt hè?’

Share Button

Wat zou je doen?

Share Button

Stel je eens voor dat jij en ik getrouwd zouden zijn. Inderdaad, een nogal huiveringwekkend idee. Maar stel dat het zo was en dat ik op een dag tegen je zou zeggen: ‘Lieverd, we moeten praten’. Dan zou je je oortjes spitsen.

Hoe zou je daarna reageren, als ik tegen je zou zeggen: ‘Aangezien je na je promotie meer geld verdient, verwacht ik dat je jaarlijks een groot deel aan mij geeft. Doe je dat niet, dan weet ik niet of ik nog bij je blijf. Ik hou van je, maar hopelijk is het wederzijds’.

Ik ga ervan uit dat het spitsenduo aan de zijkanten van je hoofd, op zijn minst in de klapperstand zou schieten. En dat je zou kiezen uit de mogelijkheden die Bløf ons biedt: lachen, schelden, vloeken, of zeggen dat ik een klootzak ben. En terecht.

Een soortgelijke situatie deed zich onlangs voor, toen verschillende oppositiepartijen de multinationals Shell, Unilever en AkzoNobel aan de tand voelden. Tijdens een hoorzitting werd hen gevraagd of zij tijdens de kabinetsformatie gedreigd hadden Nederland te verlaten, om zo de afschaffing van de dividendbelasting af te dwingen. Het antwoord was voorspelbaar.

Nee hoor, er was niet gedreigd. Wel hadden de grootgraaiers de formateurs laten weten, dat de afschaffing van de dividendbelasting belangrijk was voor het vestigingsklimaat, omdat Nederlandse bedrijven voor hun financiering grotendeels afhankelijk zijn van buitenlandse beleggers. In gewoon Nederlands: belastingparadijs Nederland, is niet paradijselijk genoeg.

Het dringende advies van Europese Commissie, dat waarschuwt voor een lagere belastingopbrengst in de hele EU (waar jij en ik dus de dupe van worden) en het tegen elkaar uitspelen van landen door grote bedrijven, werd daarmee bewust genegeerd. Waarom? Omdat ons Markje het nu eenmaal ’tot in zijn diepste vezels’ voelt en omdat de mompelende en druk met zijn papieren bezig zijnde Van de Waaij van Unilever ons herinnerde aan de ‘historische verbanden met dit mooie land’. Aan de horizon zag ik de VOC verschijnen.

Allemaal argumenten waarmee je bij het eerste de beste examen economie, zou zakken als een baksteen. Het dieptepunt moest echter nog komen in de persoon van de baas van Shell, Marjan van Loon. Na afloop van de hoorzitting schreeuwde zij de verbaasde Jesse Klaver verschillende keren toe: ‘Er is echt niets aan de hand hoor!’. Waar ze fijntjes aan toevoegde: ‘Shell houdt van Nederland, hopelijk is het wederzijds’.

Na dit uiterst droevige toneelstukje lijkt het me gepast te reageren met: ‘Leuk geprobeerd Marjan, maar zo zijn we niet getrouwd. Dus nee, wij niet van jou’.

 

 

 

Share Button