Column

Share Button

Time is on your sideDoodgewoon

Dat er een eind komt aan ons leven is op z’n zachtst gezegd fantastisch. Ik realiseerde me dit afgelopen zaterdagavond, tijdens een diner. Ik geef toe, een diner is nu niet bepaald een geschikt moment voor zulke gedachten, zeker niet als je net met je neus boven een biefstuk hangt. Je mocht je eens verslikken. Maar het had dan ook niets met het eten te maken, als wel met het feit dat het er even op leek dat één van de aanwezige gasten – een krasse tante van 89 – het tijdelijke met het eeuwige ging verwisselen.

Terwijl mijn vrouw de knie van de tante tegenhield en zo voorkwam dat ze onder tafel gleed, belde een van de serveersters 112. Een kwartier later constateerden twee ambulancebroeders dat er gelukkig slechts sprake was geweest van een flauwte. Gelukkig omdat nu zonder gêne het toetje kon worden besteld. En zoals je weet, is het toetje het hoogtepunt van de maaltijd. Dat wil je niet missen.

Later op de avond, vlak voor het slapen gaan, nam ik nog even het laatste nieuws door. Ik werd daarbij voor de tweede keer geconfronteerd met de dood, althans met het uitstel daarvan. Ik las namelijk dat in de toekomst het verouderingsproces wellicht kan worden geremd via de darmflora. Het lukt wetenschappers nu al dit te doen bij fruitvliegjes. En van een fruitvliegje is het maar een kleine stap naar een mens.

Leuk en aardig allemaal. De vraag is echter of we dit met z’n allen wel moeten willen. Moet de gemiddelde levensduur van de mens worden verlengd? Moeten we blij zijn met het feit dat van de kinderen die nu worden geboren, minstens de helft honderd wordt?

Afgezien van allerlei praktische bezwaren – je familie wordt zo groot dat je bijna iedere dag op verjaarsvisite moet – is er het probleem van de grens. Want waar ligt die? Wanneer is een leven lang genoeg? Is dat als we onze achter-achter-achter-kleinkinderen hebben zien opgroeien? Is dat als we drie of vier carrières achter de rug hebben? Zeg het maar.

En daarbij, van uitstel komt afstel en voor je het weet is het levenseinde zoek en zijn we gedoemd eeuwig in het heelal te moeten rondbanjeren. Veroordeeld tot het levenslang streven naar geluk. Over doodmoe worden gesproken.

Dat dankzij de wetenschap de ouderdom komt met minder gebreken is een goede zaak. Maar dat dit leidt tot het verzetten van de afspraak met Magere Hein, of nog erger: tot het cancelen ervan, daar moeten wij een broertje aan dood hebben. Nee, laat mij maar zo rond m’n tachtigste de oven in en de pijp uitgaan. Dat lijkt me ideaal. Wel ná het toetje graag. Of is dat teveel gevraagd?

Tijdje

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *