Column

Share Button

Protocol overloadDomDom

Stel, je hebt een auto met een navigatiesysteem. Kan. Maar stel nu dat het een speciaal systeem is: je kunt ‘m niet uitzetten en je bent verplicht de uitgestippelde route te volgen. Doe je dat niet, dan slaat de motor af. Lijkt je dat wat?

Je wordt natuurlijk knettergek van zo’n dwingend systeem. Gelukkig bestaat het dan ook niet. Dat wil zeggen, in het onderwijs en de zorg werken ze wel op die manier. Daar noemen ze het ‘protocol’. En er is er niet één, maar er zijn er wel tig. Ze struikelen erover. Het is zelfs zo erg dat de NOS er nieuws van maakte.

Natuurlijk, in bepaalde gevallen zijn protocollen gewenst. Zeer gewenst zelfs. Zo kun je relaxed in een vliegtuigstoel zitten omdat je weet dat gezagvoerder Suzanne en co-piloot Jos – die trouwens iets met elkaar schijnen te hebben – altijd moeten checken of er wel is getankt. En gelukkig maar, want zweefvliegen kun je beter op eigen initiatief doen.

Maar in het onderwijs en de zorg worden ze gek van al die bureaucratische overload. Voor iedere leerling bij wie er een scheet dwars zit, moet er een handelingsplan komen. En bij iedere patiënt moet er een pijnregistratieformulier worden ingevuld. Ook als de mens in kwestie geen pijn heeft. Je zou er hoofdpijn van krijgen.

Wat hier aan de hand is, is wat Peter Senge* noemt een ‘Lapmiddel met averechtse uitwerking’. Voor het probleem – iedereen doet maar wat en vindt het wiel steeds opnieuw uit – wordt een oplossing bedacht. In het onderwijs en de zorg door zaken te protocolleren. Op het eerste gezicht handig en iets wat leidt tot een betere zorg voor leerling en patiënt. Tenminste, dat is de bedoeling.

Echter, op het tweede gezicht – verder dan de neus lang is – zijn er ook onbedoelde gevolgen. Een neveneffect is namelijk dat leerkrachten en verplegenden uren kwijt zijn met het invullen van allerlei formulieren. En ook moeten dezelfde gegevens vaak minimaal 3x worden ingevoerd. Handig toch die computers.

Is er een oplossing? Ja en een eenvoudige, ook dat nog. Iemand als KNO-arts Markus Oei zegt bijvoorbeeld dat we protocollen moeten zien als een TomTom. Ze zijn handig als je de weg niet kent, maar overbodig als je je begeeft op bekend terrein. Want er is natuurlijk ook nog zoiets als kennis en ervaring. Dus als ik naar mijn kapper in Haarlem ga, zet ik Trude met spraakgebrek – ik rijd een Duits merk – niet aan. Al was het maar omdat ze me over de A4 en A9 wil laten gaan, wat nogal een omweg is.

Goed dat dokter Oei zegt dat we ons niet zo moeten fixeren op protocollen. Immers, leerkrachten moeten voldoende tijd hebben om hun lessen goed voor te bereiden en opa in verzorgingstehuis ‘De laatste hoop’ wil na 2 dagen ook wel eens een keertje poepen. Alleen, wie durft er als eerste van een protocol af te wijken? Je baas ziet je aankomen. Misschien daarom eerst maar eens de krachten bundelen. Eens zien of domeinnaam antiprotocol.nl nog beschikbaar is.

Lapmiddel met averechtse uitwerking

*Senge, P., Het vijfde discipline praktijkboek, Schoonhoven, Academic Service, 1998

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *