Column

Share Button

Ambivalente

Lente1Met de lente is het net als met kinderen krijgen: na negen maanden juich je, maar tegelijkertijd baart het zorgen. Ik wist dat niet. Totdat ik nieuwe buren kreeg.

Nieuwe buren. Dan wil je weten wat voor vlees je in de straat hebt. In mijn geval: een mannetje en een vrouwtje. Is de volgende vraag: hoe heet het spul? Niemand die het weet. Maar dat is begrijpelijk, want het zijn pimpelmezen.

Vandaar dat ík ze maar een naam geef. Trees en Kees, dat lijkt me wel wat. Moet ik natuurlijk niet doen, want naamgeving schept een band. Een band die ‘lek’ kan gaan, als je begrijpt wat ik bedoel.

Waarom dan toch die namen? Want Trees en Kees zijn namendoof. En om ze nu te gaan trainen, zodat ze na aanroepen op mijn schouder komen zitten, dat is ook weer zo wat. En bovendien, al dat gepoep links en rechts. Nee dus.

Ben ik een vogelliefhebber dan? Nou, nee. Onderscheid maken tussen een schijtlijster en een blinde vink, dat kan ik niet. Wat misschien maar goed is ook, want je moet niet alles willen kunnen.

Intussen is het donderdagmiddag en ik besef dat ik mijn gevleugelde vrienden die dag nog niet heb gespot. Wellicht doen ze uitgebreid boodschappen. Maar hoe langer ze wegblijven, hoe groter de onzekerheid. Er zal toch niet? Zal ik een Mees Alert uitvaardigen?

Doe ik natuurlijk niet. Want voor je het weet sluiten ze je op, ergens waar iedereen ze ziet vliegen. Vast heel gezellig, maar dan mis ik mijn gevederde vrienden en ben ik letterlijk en figuurlijk verder van huis.

En zo wordt het vrijdag. En ja hoor, daar zijn ze weer. Alsof er niets aan de hand is. Ik slaak een zucht van verlichting en houd mij voor dat het beter is om te leven en te laten leven.

Wel gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want kijk nu, naar al die prachtige bloesems. Eén regenbui en het zaakje is naar de knoppen. Dat baart mij dus zorgen, deze lente. Ik hoop maar dat ze omvliegt.

Mees1

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *