Mannengriep

Share Button

Wat is dat toch met vrouwen? Dat wanneer je als man eens een keer ongesteld bent, ze dan beweren dat jij je aanstelt. Dat de doorgaans begeerlijke wezens je ervan beschuldigen een bijna-doodervaring voor te wenden, zelfs als korsten snot je oogleden bedekken en het uit je oren komt. Waarom dan toch minachtend spotten en roepen: ‘Griep? Mannengriep zal je bedoelen!’

Is het dat de vrouw jaloers is, omdat de schepper de man afleverde zonder maandelijkse update van de hormoonhuishouding? Misschien een vorm van omgekeerd feminisme, waarbij zij zich groter voelt door hem kleiner te maken? Of is een oeroude angst de boosdoener, vervat in het bang zijn dat als vader ziek is, hij niet in staat is om op berenjacht te gaan en er dus geen vlees op de plank komt? Wie het weet mag het zeggen.

Wat de oorzaak van het natrappen ook is, we doen er wijs aan er geen verklaring voor te zoeken. Ook niet voor wat onterecht als aanstelleritis wordt aangemerkt. Want ook al zou het waar zijn dat jongens écht zieker worden van een griep- of verkoudheidsvirus dan meisjes, dan nóg is dat tegen dovevrouwsoren spreken. De Paus proberen te overtuigen dat God niet bestaat, heeft méér kans van slagen.

Maar ja, wat dan? Moeten wij mannenbroeders het ons dan maar laten welgevallen onterecht te worden beschuldigd van aandachttrekkerij? Of in therapie gaan, om in een zweethut ons man-zijn te herontdekken? Of het er toch niet bij laten zitten en in kotsgroen gekleurde hesjes de straat opgaan? Wat is wijsheid?

Op die laatste vraag kreeg ik antwoord tijdens een heuse koortsdroom. En hoewel de meeste dromen bedrog zijn, kwam ik er badend in het zweet achter wat ons kerels te doen staat als we door de vrouwelijke kunne weer eens valselijk worden beschuldigd. Dat is eerst heel diep ademhalen (gebruik wel eerst een neusspray) en daarna zo overtuigend mogelijk zeggen: ‘Maar toch hou ik veel van je’. Ze zal ogenblikkelijk zijn genezen.

Share Button

Theo Janssen. Op pad met De Dikke Prins

Share Button

Knotsgek

Marcel van Roosmalen – Theo Janssen. Op pad met De Dikke Prins

Over een voetballende prins, die nooit koning wilde worden.

Met een simpele handdruk tijdens een feestje, wordt de zaak beklonken. Oud-voetballer Theo Janssen vindt het goed dat journalist Marcel van Roosmalen een boek over hem gaat schrijven. ‘Heb je een verhaal?’ vraagt Van Roosmalen. ‘Ik bén het verhaal’ antwoordt Janssen gevat. Het is tekenend voor wat een botsing van belangen wordt: een oud-voetballer wil een boek maar wil weinig zeggen, terwijl de schrijver probeert ieder woord eruit te trekken.

Dat het boek er uiteindelijk toch nog komt, is vooral te danken aan het doorzettingsvermogen van Van Roosmalen. Hij laat zich niet uit het veld slaan als Janssen niets of weinig wil loslaten, bijvoorbeeld over die keer dat hij met een slok op een auto-ongeluk veroorzaakte. In zo’n geval neemt de journalist gewoon een omweg, waardoor we alsnog een goed beeld krijgen van de voetballende prins, die nooit koning wilde worden. Waarbij ook duidelijk wordt, waarom dat zo was.

Hoewel Janssen boegbeeld wordt van Vitesse en FC Twente, enkele keren in het Nederlands Elftal speelt en wordt gekozen tot Nederlands voetballer van het jaar (2011), bereikt hij nooit de absolute top. Dat heeft niet zozeer te maken met zijn ongezonde levensstijl, maar vooral met zijn eenvoudige levensfilosofie: ‘Het moet wel leuk blijven’.

‘Heel veel mensen weten dit niet, maar toen ik 24 was heb ik echt op het punt gestaan om te stoppen met voetballen. Ik was klaar met “Ja, je moet er zo van genieten, want het is het mooiste beroep van de wereld” en dat iedereen maar zei wat ik moest doen. Toen ik als klein kind ging voetballen, vond ik het leuk. Ik had plezier. Als ik geen zin had, ging ik niet. Als ik wel zin had, ging ik wel. En toen had ik altijd zin, omdat ik het zelf kon bepalen.’

Wie tussen de regels door leest, komt erachter dat het verhaal niet alleen een boek is over hoe een boek tot stand komt. Ook en vooral gaat het om een portret van een voetballer/trainer waarvan er maar weinig zijn. Janssen is het best te vergelijken met René van der Gijp, de ex-prof die ook meer uit zijn carrière had kunnen halen. De overeenkomst tussen beiden is dat ze behoorlijk intelligent zijn en hoogsensitief. Dat betekent dat het afweren van prikkels uit de buitenwereld, een overlevingsstrategie is.

‘Zie je nog mensen uit die tijd?

‘Nee, heb ik toch al gezegd? Ik ben nooit zo’n vrienden-vriend geweest, geen jongen die heel veel vrienden om zich heen had. Ik vond het altijd leuk om met iemand te ouwehoeren, te kletsen, maar echt diep werd het nooit. Ik kan er niet tegen als mensen iets van me verwachten. Dat ze willen dat ik ook een keer op de stoep sta. Dat doe ik dus niet.’

De lezer die het verborgene ziet, zal zich met dit boek kostelijk vermaken. Genieten van de gortdroge stijl van de schrijver, zoals we die kennen. Smullen van de manier waarop Van Roosmalen erin slaagt van het alledaagse, iets bijzonders te maken. Wat in dit geval leidt tot een knotsgek boek. Een voetbalboek, waarvan er geen tweede is.

Marcel van Roosmalen – Theo Janssen. Op pad met De Dikke Prins

Druk: 1e

Jaar: 2019

Pag.: 222

Uitgever: Voetbal Inside

ISBN 9789048846603

Paperback 21,99 / Ebook 9,99

Share Button