Tagarchief: 29 december

A blessing in disguise

Share Button

Ze schrikt als ze me ziet. De onaangename verrassing doet haar oogleden verwijden en ze houdt haar pas in. Ze twijfelt: omkeren of niet?

Haar zien doet ook mij herinneren. Scènes, waarin iemand zich van de ene op de andere dag van mij afkeert en een ander mij plotseling verwijten maakt. Waarop ik naar haar toe ga, omdat ik niet begrijp wat ik verkeerd doe. Zij ook niet. Tenminste, dat zegt ze.

Maanden later ben ik mijn goedgelovigheid voorbij. Omdat ik op mijn bureau steeds vaker post vind met het verzoek te reageren vóór een datum die gisteren was. En omdat er tijdens teamvergaderingen zaken zonder mijn medeweten worden besloten. Als ik op zulke moment de ogen van mijn naaste collega’s zoek, kijken zij nèt de andere kant op.

Het getreiter heeft effect, want begin december zit ik er doorheen. Voor haar het teken om mij een extra duwtje richting de afgrond te geven. Zo wordt van mij geëist dat ik de volgende dag beter ben. ‘Prima’ zeg ik, ‘vertel me dan alleen wel even hoe’.

Na de tijdelijke inzinking, krabbel ik op en vecht ik terug. Het voor haar karretje gespannen hoofd personeelszaken van het schoolbestuur, schrikt ervan. Zo erg, dat ze niet veel later ontslag neemt. En ook haar mededirectrice, die voor haar de kastanjes uit het vuur mag halen, delft het onderspit. De partner in crime geeft huilend toe dat ze eigenlijk helemaal geen leiding kan geven. De inmiddels ingeschakelde mediator en ik, kijken elkaar verbaasd aan.

Een paar jaar later kom ik erachter wat ze precies deed. Als het haar zo uitkwam, zette ze anderen tegen elkaar op. Ze nam daarbij zo weinig mogelijk standpunten in, om zelf buiten schot te blijven. Maar intussen zaaide ze verdeeldheid, zodat men naar haar toeging en ze haar rol als vertrouwenspersoon glansrijk kon spelen. Het leverde haar een gevoel van acceptatie en macht op. Zoiets zie je vaker bij mensen met een minderwaardigheidscomplex.

Nu, een dikke vijf jaar later, ben ik verbaasd dat ik haar nu pas tegenkom, omdat ze slechts één straat verderop woont. Een half decennium verder, waarin zij zich mede door personeelstekort de pleuris werkte. De laatste loodjes tot aan haar pensioen. Ik daarentegen vond rust, omdat ik kon doen wat ik graag wilde en besefte dat al haar moeite uiteindelijk bijdroeg aan mijn geluk. Dus wanneer ik haar passeer, lach ik en zeg: ‘Nog bedankt hè?’

Share Button