Tagarchief: Column

Wastobben

Share Button

Omdat ik het niet fatsoenlijk kan verwoorden, zeg ik het maar zoals het is: het washandje is drie keer ka-u-tee. Een gebruiksvoorwerp dat vloekt met de moderne tijd. Alleen al omdat het de irritante eigenschap heeft om uit een volle wasmand te vallen, buiten de menselijke wil om. Het is alsof je hond tussen je benen door naar buiten glipt en ervandoor gaat, precies op het moment dat je met je volle boodschappentassen in je handen de voordeur op een kiertje hebt weten te krijgen. Pak me dan, als je kan.

Toen ik maandagmorgen een schoongewassen handdoek uit de wasmand haalde, was het weer zover. Het eerste washandje sprong achter zijn grote broer aan, waarna het zich overgaf aan de zwaartekracht. Daarna riep het witte geval me vanaf het parket toe: ‘Raap me op’. Ik wilde eerst nog antwoorden met ‘Doe ‘t lekker zelf’, maar ik zag daar toch maar van af. Ook al was er niemand in de buurt, ik wilde me niet voor mezelf voor Jan Joker zetten. Wel zuchtte ik: ik schat zo’n anderhalve meter diep.

Eens was er een mens, die op een regenachtige zondagmiddag het washandje uitvond. Een goed idee in de tijd dat je jezelf nog moest wassen met water uit een lampetkom. Zie dan maar eens je oksels en edele delen te reinigen, zonder een waterballet te veroorzaken. Maar anno nu moet de waslap verleden tijd zijn. Ik bedoel, het ding heet niet voor niets washandje.

Zeg je misschien dat de poetsdoek nog steeds reuze handig is, bijvoorbeeld om je voorbips of harige bilspleet mee te reinigen. Prima, maar dan is er het volgende probleem: waar laat je het ding? Niet in de wasmand, want dat gaat schimmelen. En ook te drogen hangen over een handdoek is geen optie: zeker niet als die van een ander is, omdat die niet weet in welk gat het heeft gezeten.

En dan is er nog dat kleine klotelusje aan de bovenkant. Dat is zó verrekte klein, dat je de boenlap nergens aan kan ophangen. Want je dure Italiaanse marmeren douchwand ontsieren met een haakje, dat wil je natuurlijk niet. Ook omdat je daar geheid een keer aan blijft hangen met je rechtertepel.

Wat een zegen is het dan als je op vakantie bent en er in het Portugese huurhuis in geen velden of wegen een washandje is te bekennen. Dubbel zo fijn, omdat het pand van Nederlanders is en je ze dus wel verwacht aan te treffen. Maar niets van dat al. Dat wil zeggen: totdat mijn schat haar koffer open doet.

Share Button

Zelfreflectie

Share Button

Geld maakt wél gelukkig. Dat moet PvdA-fractievoorzitter in de Eerste Kamer Marleen Barth hebben gedacht, toen ze bedelde om verlaging van de huur. Mevrouw vond de maandelijkse 1.400 euro wel wat veel, nadat haar man in januari 2017 aftrad als burgemeester van Wassenaar en hij er qua loon 20 procent op achteruit ging. Op het blote oog een redelijk verzoek, want van de ene op de andere dag gaan van kaviaar naar een boterham met hagelslag, is natuurlijk een hard gelag.

Het partijbestuur van de PvdA dacht er echter anders over en riep Barth op het matje. Waarom? Omdat haar echtgenoot Jan Hoekema (D66), met zijn opvolger Aptroot (VVD) een geheime overeenkomst sloot, waarin stond dat het verlies zou worden goedgemaakt. Barth was hiervan op de hoogte, waardoor het redelijke verzoek veranderde in een ordinaire poging voor bijna niets op de eerste rang te willen zitten. Nog afgezien van het feit dat als je er 20 procent aan inkomen op achteruit gaat, het dan ook redelijk is 20 procent minder huur te vragen (280 euro) en geen 400 euro, zoals onze Marleen eiste.

Nadat de NRC over de dubieuze praktijken van de partners in crime publiceerde – de krant moest een beroep doen op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om de informatie los te krijgen – volgde er evenwel geen storm van kritiek. De pers hield zich vrij rustig en de PvdA hield het bij het waarschuwende vingertje. Maar wat wil je? Net als bijna iedereen weten ze ook bij de PvdA dat de sociaal-democratie nooit echt heeft bestaan en dat de woorden van Barth op de site van de PvdA, dan ook poeppraterij zijn.

Toch is het goed dat er nog media zijn die dit soort akkefietjes aankaarten. Vooral in deze tijd, waarin men moet concurreren met nieuws dat véél belangrijker is, bijvoorbeeld over De Luizenmoeder, over het optreden van Renate in Voetbal Inside en over allerlei achterklap aangaande BN-ers die bijna niemand kent. Waarom goed? Niet alleen omdat Barth en Hoekema een stel recidivisten van het zuiverste water zijn (ik zeg: google en huiver), maar ook omdat deze mensjes deel uitmaken van een grote groep zogenaamde progressieven, die zich al decennia terug lieten inpalmen door het geloof van rechts dat alles draait om geld. Het gevolg? De PvdA doet al jaren aan pappen en nat houden. Of zoals schrijfster en activiste Naomi Klein het verwoordt in haar boek Nee is niet genoeg:

‘Ze beloven wat meer kinderopvang, meer kansen voor vrouwen en niet-blanke mensen op een toppositie en misschien een paar zonne­panelen erbij. Maar onlosmakelijk verbonden met deze optie is de oude bezuinigingslogica, hetzelfde blinde vertrouwen in de markt, hetzelfde gelijkstellen van eindeloos consumeren en geluk, dezelfde pleisters op gapende wonden.’

Intussen kijken mensen zoals Barth en Hoekema, verbaasd naar Henk en Ingrid. Naar de gewone burger, waar ze maar niet van begrijpen waarom die stemt op een populist als Wilders of Baudet. Zou dat onbegrip héél misschien, wellicht een ietsepiesje maar, te maken kunnen hebben met het ontbreken van enige zelfreflectie en met het verkeerde voorbeeld geven, zodat mensen zich van je afkeren? Lees één interview met het asociale stelletje en je weet het:

Hij: ‘En we betalen de genormeerde huur, niet de marktwaarde, dat is door Binnenlandse Zaken nou eenmaal zo bepaald.’
Zij: ‘Als de minister de huur van ambtswoningen laat stijgen, zul je ons niet horen. Maar we moesten verhuizen, het was een voorwaarde. We woonden in Haarlem, waar we heel gelukkig waren.

‘Het doet best pijn als je als zakkenvuller wordt weggezet, terwijl je geen keuze hebt. Wassenaar verplicht de burgemeester in dat huis te gaan wonen. Wij kunnen zelf zo’n huis helemaal niet betalen, wij zijn echt de arme sloebers van de straat. Jan is er in inkomen op achteruit gegaan hier. We hebben het goedkoopste parket, de goedkoopste gordijnen. Alles om de kosten te bewaken. We genieten van het huis, maar we baden niet in luxe. Iedereen mag komen kijken naar de gouden kranen die we niet hebben!’

Volkskrant, 27-08-2011

Het mag duidelijk zijn dat we het met deze gemene delers, niet gaan redden in deze wereld. Dus willen we geen kredietcrisissen, geen milieurampen en geen holle frasen meer, dan is, zoals Klein zegt, meer nodig, nl. zelfanalyse en onszelf veranderen.

Dat dit mogelijk is, laat niet alleen Klein, maar ook econoom Kate Raworth zien. In haar boek Donuteconomie, beschrijft ze tal van inspirerende voorbeelden van organisaties en mensen die niet alleen ‘Nee’ zeggen, maar ook ‘Ja’ zeggen tegen het tegemoet komen aan de behoeften van iedereen, zonder dat dit ten koste gaat van onze planeet. Een boek dat ik van harte aanbeveel en waarvan ik hoop dat de heer Hoekema en mevrouw Barth het lezen, nu ze met hun luie reet op het strand van de Malediven liggen. En hebben ze het boek nog niet in hun bezit? Ze kunnen het van mij krijgen. Gratis!

Met dank aan collega columnist Peter Ludikhuize voor zijn bijdrage.

Share Button