Tagarchief: Verhaal

Wegwezen

Share Button

Ik heb een heel leuke dochter. Blije tongen beweren dat dit ook niet anders kan met zo’n vader en ik spreek dat niet tegen. Echter, het voor de helft hebben van mijn genen heeft ook een nadeel. Een kleintje maar, maar toch. Dat blijkt wel als mijn pappenheimer op de Hooigracht in Leiden tegen me zegt: ‘Ik herken ‘t hier niet meer’.

Daarna kijkt ze me hoopvol aan. Van Tom Poes wordt een list verwacht. Maar ze vraagt naar de onbekende weg, omdat ik het papiertje met het juiste adres erop in het dashboardkastje liet liggen. Dus keren we ten halve en op onze schreden terug. Wat moet je anders?

Een paar maanden geleden, waren de rollen omgedraaid. In Amersfoort zochten we naar de Stationsweg. Die vonden we, alleen moesten we in de Stationsstraat zijn. Een subtiel verschil, waar Google Maps echter geen boodschap aan had. Zodat we vijfhonderd meter te ver liepen en het daarna begon te regenen. Misschien wel tranen van God, die huilde van het lachen.

Maar in Leiden schijnt de zon. Gelukkig, ook omdat er nog tijd over is. Dus keren we welgemutst terug naar de parkeergarage. Terug naar Start, waar het vanaf de uitgang linksaf moest gaan. Niet zo’n gekke gedachte, want als je maar een genoeg aantal keren linksaf gaat kom je uiteindelijk óók in Rome terecht.

Verdwaal ik dan vaak? Nee, nooit. Maar wel rijd ik op weg naar een onbekende bestemming, altijd minstens één keer verkeerd. Zelfs met een routeplanner voor m’n snufferd. Dus kijk niet vreemd op als je me ziet rijden in de richting waar ik zojuist vandaan kwam. Maar echt verdwalen? Nee. En ik hoop dat dit nu ook bij mijn dochter het geval is.

Alsof mijn gebed wordt verhoord schreeuwt ze: ‘Ja! Hier is ‘t!’. Ze ziet plots dat het na één keer linksaf, nóg een keer linksaf moet zijn. Zo gezegd, zo gelopen en even later staan we voor het beoogde bedrijfsverzamelgebouw op de Middelstegracht. Waar nog wel een klein probleempje wacht, want wat was ook alweer het juiste nummer? Nummer 84 is er namelijk in de smaken A tot en met M. Iene miene mutte.

Als we een paar uur later thuis zijn, vraagt de net veertienjarige wat pa ervan vindt als ze komend weekend met twee even oude vriendinnen naar Amsterdam gaat. Nou, dat vindt paps niet zo’n goed idee. Hij vreest namelijk dat hij zijn erfelijk zwaar belaste wegwees, dan aan het einde van de dag moet ophalen in Appingedam, of nog erger: Rotterdam. Dat begrijpt ze direct. Haar geërfde genen hadden kennelijk al zoiets verwacht.

Share Button

Dat pakt goed uit

Share Button

Ze zegt dat het leven ons cadeaus geeft. En dat het belangrijk is dat we ieder pakje uitpakken, vooral wanneer het geschenk je niet aanstaat. Ik betwijfel dat, terwijl ik staar naar een luchtfoto die de hele wand bedekt, daar op de tweede verdieping in het streekziekenhuis.

Ik vraag me af hoe het dan zit met degenen die hier een paar gangen verderop, te horen krijgen dat hun levenscontract niet wordt verlengd. Ik vraag het haar en voeg eraan toe dat ik zo’n cadeau liever niet zou uitpakken.

‘Ik zou dan eerder vragen: kan ik het nog ruilen? Hoewel, dat kan natuurlijk niet. Het leven is geen Bol of Zalando.’

‘Daar gaat het ook niet om’, zegt ze. ‘Wel of je iets met je cadeau doet, dus of je het uitpakt.’

‘O, op die fiets. Maar dan nog, ik kan me wel leukere cadeaus bedenken dan te horen krijgen dat het einde oefening is. Trouwens, beschouw je je bezoekje van zo meteen, ook als een cadeau?’

‘Tuurlijk. Want je kan sommige dingen wel niet willen, maar daarmee verdwijnt het nog niet. Dan is het juist goed, dat je het vastpakt.’

‘Je lijkt wel een Chinees.’

‘Hoezo een Chinees? Waar slaat dat nu weer op?’

‘Nou, daar moest ik aan denken. Er schijnt namelijk ooit een Chinees te zijn geweest die zoiets zei als: ‘Om iets los te laten, moet je het eerst vastpakken’. Herken je trouwens de boerderij, daar op die muur?’

Ze ziet het ook, denkt terug aan het zomerfeest van toen en laat me daarna het bordeauxrode bandje om haar rechterpols zien.

‘Om me eraan te herinneren, dat ik de geschenken van het leven moet uitpakken.’

‘O. Dus je bent eigenlijk een lopende band?’ grap ik. Wat echter niet aankomt, omdat ze inmiddels op zoek is naar de oorzaak van een ratelend geluid.

Ik wijs. ‘Kijk, over een kar vol met cadeautjes gesproken.’

De koffiejuffrouwen naderen. Iedere bezoeker wordt gevraagd wat hij of zij blieft. Het koekje erbij is als een kusje erop. Een klein gebaar dat zorgen verzacht.

Terwijl we drinken, gaat ze tussen haar slokjes door verder. ‘Ik bedoel, neem nou Karin, waar ik laatst mee meereed. Nou, die heeft dus een tumor in haar hoofd en nog ongeveer een jaar of twee te leven. Ik schrok wel toen ze dat zei, maar ik was ook verrast toen ze vertelde dat ze het gezwel opvat als een cadeau en heeft besloten om zoveel mogelijk uit de rest van haar leven te halen.’

‘Hoe oud is ze?’

‘Zevenentwintig.’

Terwijl ik me bijna verslik in mijn koffie, gaat ze verder. Over hoe mooi het is, dat haar vriend haar na de diagnose ten huwelijk vroeg. En dat haar mantra voor dit jaar is: ‘Het wordt fantastisch!’

‘Wauw. Dat is nog eens wat anders dan zeuren dat het cadeau niet op je verlanglijstje stond. En ik maar mekkeren over teveel suiker in mijn koffie.’

Als we de parkeergarage uitrijden, brengt ze via haar mobiel verschillende mensen op de hoogte van het goede nieuws. Waarna er vrijwel direct appjes terugkomen, waaronder die van Frits.

‘Wat schrijft ie?’

‘Hij schrijft: Mooi. Houden zo, anders vermoord ik je’. We lachen er hard om.

‘Frits verloor zijn vrouw, nu drie jaar geleden.’

‘O, vandaar. Iemand die alles uitpakt dus.’

Ze knikt.

Share Button