Tagarchief: Verhaal

Als het vuur gedoofd is

Share Button

Nu het nieuwe jaar met één been uit bed is gestapt en de berichten in de media over vuurwerk uitdoven, denk ik terug aan oud- en nieuw. Niet omdat ik per ongeluk de champagne van mijn vrouw op dronk (wat mij op een fikse vermaning kwam te staan), maar omdat onze viervoeter weer behoorlijk van de leg was.

Het beest (merk Jack Russell) is er normaal gesproken als de kippen bij om uit te gaan. Daar bereidt hij zich op voor, door in starblokhouding mij een uur lang indringend aan te staren. Totdat het derde kerstdag is en de eerste strijkers van het type ‘imported from Polen’ zijn te horen. Aankijken verandert dan in wegkijken. ‘Ja graag’, wordt: ‘Nee, alsjeblieft niet’.

Dat het oorverdovende geweld onze stoere terriër doet veranderen in een bolletje trilharen, is op zich wel te begrijpen. Immers, een hond kan veel beter horen dan een mens en het zou me dan ook niet verbazen dat hij af en toe gromt, omdat die schele in Noord-Korea weer eens een raket lanceert.

Toch blijft de jaarlijkse zenuwinzinking vreemd, want onze vorige hond was van hetzelfde type en ging zonder te verblikken of verblozen aan elke mortiergranaat voorbij. Dit omdat ik hem als pup liet wennen, door hem op zijn eerste oudejaarsavond in mijn armen mee het balkon op te nemen. Vandaar dat ik zeven jaar geleden dezelfde truc uithaalde met Jack II, die echter een veilig heenkomen zocht onder de bank. Rara, hoe kon dit?

Tot nu toe doen we er alles aan om het leed zoveel mogelijk te verzachten: uitlaten tijdens etenstijd omdat er dan minder mensen op straat zijn, de bench bedekken met een kleed en zelfs rustgevende pilletjes kwamen er een keer aan te pas.

‘Wilt u pinnen?’

‘Ja, graag.’

‘Dat is dan tweeëndertig euro vijftien.’

Geen punt, ware het niet dat de bijwerkingen het beoogde resultaat ver overtroffen en onze huisvriend een kwartier na inname stond te beven alsof hij op een trilplaat stond.

Het was dan ook heerlijk dat er op 2 januari al nauwelijks meer een knal was te horen. Fijn omdat we zagen dat de spanning, langzamerhand uit het lijfje verdween. Iets wat ik aan den lijve ondervond, toen ik mijn vriend onder mijn arm de trap af droeg en ineens voelde dat mijn linker lichaamshelft, warm en vochtig werd. Iets te vroeg gejuicht.

Share Button

A blessing in disguise

Share Button

Ze schrikt als ze me ziet. De onaangename verrassing doet haar oogleden verwijden en ze houdt haar pas in. Ze twijfelt: omkeren of niet?

Haar zien doet ook mij herinneren. Scènes, waarin iemand zich van de ene op de andere dag van mij afkeert en een ander mij plotseling verwijten maakt. Waarop ik naar haar toe ga, omdat ik niet begrijp wat ik verkeerd doe. Zij ook niet. Tenminste, dat zegt ze.

Maanden later ben ik mijn goedgelovigheid voorbij. Omdat ik op mijn bureau steeds vaker post vind met het verzoek te reageren vóór een datum die gisteren was. En omdat er tijdens teamvergaderingen zaken zonder mijn medeweten worden besloten. Als ik op zulke moment de ogen van mijn naaste collega’s zoek, kijken zij nèt de andere kant op.

Het getreiter heeft effect, want begin december zit ik er doorheen. Voor haar het teken om mij een extra duwtje richting de afgrond te geven. Zo wordt van mij geëist dat ik de volgende dag beter ben. ‘Prima’ zeg ik, ‘vertel me dan alleen wel even hoe’.

Na de tijdelijke inzinking, krabbel ik op en vecht ik terug. Het voor haar karretje gespannen hoofd personeelszaken van het schoolbestuur, schrikt ervan. Zo erg, dat ze niet veel later ontslag neemt. En ook haar mededirectrice, die voor haar de kastanjes uit het vuur mag halen, delft het onderspit. De partner in crime geeft huilend toe dat ze eigenlijk helemaal geen leiding kan geven. De inmiddels ingeschakelde mediator en ik, kijken elkaar verbaasd aan.

Een paar jaar later kom ik erachter wat ze precies deed. Als het haar zo uitkwam, zette ze anderen tegen elkaar op. Ze nam daarbij zo weinig mogelijk standpunten in, om zelf buiten schot te blijven. Maar intussen zaaide ze verdeeldheid, zodat men naar haar toeging en ze haar rol als vertrouwenspersoon glansrijk kon spelen. Het leverde haar een gevoel van acceptatie en macht op. Zoiets zie je vaker bij mensen met een minderwaardigheidscomplex.

Nu, een dikke vijf jaar later, ben ik verbaasd dat ik haar nu pas tegenkom, omdat ze slechts één straat verderop woont. Een half decennium verder, waarin zij zich mede door personeelstekort de pleuris werkte. De laatste loodjes tot aan haar pensioen. Ik daarentegen vond rust, omdat ik kon doen wat ik graag wilde en besefte dat al haar moeite uiteindelijk bijdroeg aan mijn geluk. Dus wanneer ik haar passeer, lach ik en zeg: ‘Nog bedankt hè?’

Share Button