Verhalen

Share Button

Uitvogelen

UitvogelenOver een minuut of wat denk je waarschijnlijk dat ik ze zie vliegen. Is dat zo, dan begrijp ik dat. Immers, ook mijn vrouw trok haar wenkbrauwen op toen ik haar vertelde over het mussenbosje. Wat mij dan weer verraste, omdat je verwacht dat je elkaar na 30 jaar wel kent. Niet dus.

Wat vrouwlief het meest verbaasde was niet dat ik haar vertelde dat ik op het paadje tussen de achtertuinen, stil en geamuseerd had staan luisteren naar het vrolijke gekwetter, maar wel dat ik er zo blij van was geworden als een kind. Dat ik het zo gezellig vond klinken. En dat ik dit graag wilde delen. Immers, gedeeld geluk is dubbel geluk. Dacht ik.

Nadat mijn duifje mij had uitgelachen, ontdeed ik de hond van zijn riem en ik dacht na over wat er met mij aan de hand kon zijn. Had ik per ongeluk een dubbele dosis medicijnen geslikt? Of school er dan toch een vogelaar in mij, een die het nu eindelijk wel eens tijd vond om uit de nestkast te komen? Ik wist het niet.

Omdat de vraag zich bleef opdringen, besloot ik ze te beantwoorden. Na een paar dagen was dit zelfs een must geworden, niet alleen omdat ik er bij ieder gehoorde klapwiek aan werd herinnerd, maar ook omdat ik wilde voorkomen dat ik op den duur straatvrees zou ontwikkelen.

Uiteindelijk heb ik er nog een hele kluif aan gehad, want even voor de vuist weg een vraag stellen over je eigen gedrag is één, maar met een plausibel antwoord op de proppen komen, daar is uitgebreid onderzoek voor nodig. Ik begrijp dan ook nu pas écht waarom de dossiers van psychiaters zo dik zijn.

Het resultaat? Ik ben geen vogelaar in de dop. Ik spotte weliswaar ooit op Schiermonnikoog een heuse beflijster (zeer zeldzaam in Nederland), maar dat was meer geluk dan wijsheid. Nee, mijn vogelkennis is bedroevend slecht, wat wel duidelijk is als ik je vertel dat ik jarenlang dacht dat kolibrie een kaassoort was.

Waar ik wel achter kwam is dat ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is en dat ik me heb gedragen als een Enneagramtype 5. Voor alle duidelijkheid, vijven zijn ‘kennis verzamelende observatoren’. Volgens mijn vrouw echter een eufemisme voor ‘vreemde vogel’. Typisch iets voor haar.

Mussen

 


Child in time

Vader en zoonHet grootbrengen van kinderen gaat vaak gepaard met niet-weten. Dat begint al eerder bij de daad, als de zaadcel naar het eitje gaat. Het is een ‘shot in the dark’.

Is de spruit er eenmaal uit, dan tast je nog steeds in het duister. De foto van mij en mijn pasgeboren zoon spreekt wat dat betreft boekdelen. Door de lach heen, schijnt een vraagteken.

Ruim zestien jaar later lijkt de toekomst iets minder ongewis, omdat er ervaring is opgedaan. Het geeft hoop, ook al bieden in het verleden behaalde resultaten geen garantie voor de toekomst.

Wel ga ik met een gerust hart met hem op weg. Op een zaterdag naar Goes, de plaats waar goed geluid vandaan komt. De rit duurt bijna twee uur, maar dat deert ons niet. Immers, straks betreden wij het klankwalhalla met apparatuur te kust en te keur. We gaan voor twee goede luidsprekers.

Zodra we over de drempel zijn verrast mijn kind zijn vader. Hij neemt mij bij de hand en lijkt opeens centimeters groter. Eerst leidt hij me rond (‘kijk, daar staan de speakers pap, komen we zo), waarna hij recht op ons doel afgaat. Ik volg en geniet van deze blijk van volwassenheid.

Even later staan we in een kleine geluidsstudio, waar hij de knoppen bedient alsof hij er al jaren werkt. ‘Verrek’, denk ik, ‘ik hoor Deep Purple’. Maar niet alleen dat. Ook hoor ik details, die ik nooit eerder hoorde. ‘Vind je ‘t wat?’ vraagt hij. Ik antwoord met een grote glimlach.

Na een keuze te hebben gemaakt volgt het afrekenen, wat drinken en een plas en keren we huiswaarts. En waar hij al op hoopte, daar stem ik mee in: dat hij straks het zaakje mag aansluiten en afstellen. Goed geregeld.

In de weken erna vraagt hij regelmatig of ik nog steeds tevreden ben over mijn aankoop. Ik word daar blij van. Niet zozeer omdat hij belangstelling toont, als wel omdat zijn eerdere optreden mij meer vertrouwen heeft gegeven in de toekomst. In zijn toekomst. Waar muziek in zit.

Child in time collage

 


 

Relativitijd

HaastAutorijden in de Verenigde Staten is een verademing. Niet zozeer door de airco, als wel vanwege de rust. Men heeft de tijd in plaats van haast.

Tijdens een rit van Fort Meyers naar Key Largo, vraag ik me af waar die alomtegenwoordige hoffelijkheid vandaan komt. Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk, dat je tijdens de spits van Newark naar Manhattan, vrij gemakkelijk invoegt? Geen middelvinger te zien, niemand die je in de wielen rijdt.

Terwijl ik het groene krokodillenland doorkruis, passeren voor mijn geestesoog een aantal hypothesen. Maar, niet één is langer houdbaar dan het denken ervan. Zo wil het er bij mij niet in dat men relaxed rijdt, omdat verkeersovertredingen streng worden bestraft. Dan zouden ook de gevangenissen minder vol moeten zijn.

Dagen later ben ik mijn eerdere denkwerk alweer vergeten. Vanaf Schiphol laat ik me naar huis rijden door een taxichauffeur, die laat merken dat zijn wit elektrische Tesla behoorlijk wat power heeft. Twee keer met je ogen knipperen en de teller staat al op 130. Handig als je haast hebt.

Intussen heeft mijn onderbewuste, dezelfde weg afgelegd als die van Archimedes. Want als we bij het Brugrestaurant worden ingehaald, weet ik het opeens. Eureka!

Mijn theorietje is deze. In de VS legt men grotere afstanden af en is men dus langer onderweg. Logisch. Heeft de Amerikaan nu vertraging, van zeg een half uur op een rit van vier uur, dan maakt dat minder uit dan in Nederland. Ga maar na: een Nederlands ritje van een uur, plus een half uur is 50% meer, maar opgeteld bij die Amerikaanse rit, slechts 12,5% meer.

Uit het bovenstaande volgt dat het de Amerikaan weinig oplevert als hij zijn ros de sporen geeft. Wij Nederlanders daarentegen gaan voor de winst. Overigens levert hard rijden in Nederland, je bedroevend weinig tijdwinst op. Maar dat is een ander verhaal.

Dit geschreven hebbende, ben ik benieuwd naar wat jij van mijn relativitijdstheorie vindt. Laat het me weten, waarbij ik me haast om te zeggen dat het geen haast heeft. Tijd zat.

2CV


 

Nederlands Elftal kampt met baltekort

blindVan onze sportredactie:

Net als bij het Nederlandse leger, bestaat er ook bij het Nederlands Elftal een groot tekort aan munitie. Er zijn veel te weinig ballen, zodat veel geplande oefenwedstrijden waarschijnlijk niet doorgaan.

De baltekorten zijn er al langer, maar zijn nu nijpend geworden. Het is zelfs zo erg dat voetballers tijdens de training met onzichtbare ballen moeten oefenen, aldus bondscoach Danny Blind. Dit komt de sfeer niet ten goede, omdat het tot felle discussies leidt over of de bal nu wel of niet over de lijn was.

Blind noemt het baltekort desastreus voor het moreel van de profvoetballers, die er eerst nog balorig van werden. Maar nu de lol er af is, maakt hij zich het meest zorgen om de spelers die extra schiettraining nodig hebben, voordat ze naar het EK gaan. De bondscoach vraagt zich dan ook hardop af, of het niet beter is om zich in de kwalificatieronde te laten uitschakelen. Blind denkt dat het volgen van de tactiek van zijn voorganger (Hiddink, red.), daarvoor voldoende moet zijn.

KNVB

De KNVB erkent dat er niet genoeg ballen zijn. De voorraden zijn vaak krap, vooral door een hoog verbruik tijdens het oefenen van strafschoppen. Daarbij worden veel ballen buiten het trainingsveld geschoten, die daarna op onverklaarbare wijze verdwijnen.

Zodra er extra geld beschikbaar is, worden de voorraden aangevuld, aldus de KNVB. Tot dat moment worden de 3 ballen die er nog zijn, verdeeld over de trainingssessies. Daarbij is het de spelers overigens verboden om na een goal de bal onder het shirt te verbergen. Dit zou tot paniek kunnen leiden.

Reacties Kamer

Verschillende Kamerleden hebben op het bericht gereageerd. D66 en de ChristenUnie deden er op Twitter wat lacherig over, al gaf de CU wel toe dat men er in haar partij ‘de ballen verstand van heeft’.

Een CDA-Kamerlid zegt dat zijn partij het tekort aan ballen al tijdens het WK van 2014 voorzag. Hij wil dan ook opheldering van minister Schippers over deze ‘beschamende vertoning’.

Schippers was overigens niet voor commentaar bereikbaar, omdat volgens haar woordvoerder zij nog druk bezig was met het troosten van haar collega van Defensie.

ballennet

 

 

 

 


 Afhaken

VissenDe aanwaaiende lucht over de Golf van Mexico doet zijn blonde haren wapperen. Hoewel hij nog jong is, zien zijn bewegingen er al ervaren uit. Routineus gooit hij de vislijnen in het zeewater en steekt twee hengels in het zand. Daarna is het wachten.

In tegenovergestelde richting van zijn blik, ligt een jonge vrouw op een bont gekleurde badhanddoek. Omdat ik haar eerder het ontblootte bovenlijf van de jongen zag strelen, bestempel ik haar als zijn vriendin. Verveeld bladert ze in een tijdschrift.

Naarmate ze meer bladzijden omslaat, kijkt ze steeds vaker naar hem op. Haar ongeduld lijkt snel te groeien, zeker nu haar verleidingspoging tot het insmeren van haar rug, mislukt. Op haar vragen schudt hij kort zijn hoofd, zoals men wel vaker doet bij ongewenste afleiding.

Tijdens mijn siësta moet ze het hebben opgegeven en ik zie haar pas weer als ze een uur later het strand op loopt. Ze beent op hem af en beveelt hem nú mee te komen. Tevergeefs. Hij negeert haar bijna.

Als ze afdruipt, vraag ik me af of ze inmiddels definitief is afgehaakt. Of ze beseft, dat ze voor hem misschien nooit meer heeft betekent dan bijvangst.

Triest


Glücklicherweise

ParkerenGeluk is … van een wildvreemde een parkeerkaartje krijgen. Eentje die nog lang geldig is natuurlijk. Het overkomt mijn bevallige en mij, bij het strand van Noordwijk aan Zee.

De reddende engel is een grijs gekrulde vijftiger. Ze geeft het kaartje terwijl wij staan te eikelen bij een parkeermeter. Een die werkt volgens het principe: ‘Pinnen? Ja graag, maar nu even niet’. Nogal lastig als je geen muntgeld bij je hebt.

Ook een geluk: als wij het kaartje krijgen, is er in geen duinen of parkeerplaatsen een wetshandhaver te bekennen. Ook niet die Arnhemse rechter, die ooit bepaalde dat het doorgeven van een parkeerkaartje niet mag. Wij zijn dus niet het duinhaasje.

Een dikbil heeft echter minder geluk. Ze ligt op ons bord en is botermals. Zalig, ook omdat de prosecco zich goed laat drinken. Dat ik als bijna-Bob het bij één glas moet houden, maakt het nóg lekkerder. In tijden van schaarste, leert men waarderen.

Als we zo’n twee uur later bij de auto terugkomen, blijkt dat er wel degelijk parkeerwachters in de buurt waren. Het is te zien aan de parkeerbonnen, die vrolijk wapperen in de zeewind. Ze sieren vooral de bolides met een buitenlands kenteken. En die van ons.

In eerste instantie troosten we ons met de gedachte dat we dan misschien ongelukkig zijn in het spel, maar toch zeker gelukkig in de liefde. Echter, bij nader inzien blijkt dat de parkeerwachter zich moet hebben vergist. De bon is namelijk bedoeld voor de auto naast ons, die met een Duits kenteken. Gelukkig wel.

keingluck


Eerlijk

IMG_0927Tijdens de Goede Week wordt hij boos. Boos als zij zegt dat hij zijn beloften zelden nakomt. Kennelijk ligt dat gevoelig. Iets wat je wel vaker ziet bij evangelisten.

Toch is het vreemd. Vreemd omdat hij nog maar een paar minuten geleden preekte over die man op Golgotha, die zelfs zijn moordenaars vergaf. En dan nu dit. Een verschil van dag en nacht.

Nu hij in de gang van het godshuis voor haar staat en haar klacht opvat als een geschenk uit de hel, probeert hij haar te kruisigen. Door haar vragen te stellen die een verwijt verhullen: ‘Wat kom je hier nu eigenlijk doen?’ schreeuwt hij. ‘Nou?’

Omstanders schrikken en sluipen weg. De door hen aanbeden leidsman toont zijn ware gezicht en gelovigen zien zoiets liever niet, zo’n botsing tussen ideaal en werkelijkheid. Nee, liever hanteert men de mantel der liefde.

Als ze tijdens de paasdagen haar Facebook checkt, valt haar een bericht op. Een bericht dat zegt:

”Gisteren was ik zo slim, dat ik de wereld wilde veranderen. Vandaag ben ik wijs, dus ik verander mezelf.”*

Ze glimlacht en neemt nog een eitje. Heerlijk, zo puur.

IMG_0928


Watermanagement

MarshmallowsGeduld is een schone zaak. Dat blijkt al in 1970, als men aan de Stanford University het ‘Marshmallow experiment’ uitvoert. Aan kinderen van ongeveer viereneenhalf jaar, wordt wat lekkers voorgezet. Ze mogen kiezen: of alles direct opeten, of een kwartiertje wachten, waarna ze een grotere portie krijgen.

Vervolgonderzoek leert dat kinderen die wachten, het later in hun leven vaak beter doen. Ze halen hogere cijfers en hebben een betere Body Mass Index.

Als ik bij de tandarts ben, moet ik aan het experiment denken. De moeder schuin tegenover mij, heeft het nogal druk met haar drie bloedjes. Ze verdelen de aanwezige Lego volgens het principe ‘Ik een beetje meer dan jij’. Zoiets geeft vaak wrijving, in dit geval een handgemeen.

Als moeder de crisis heeft bezworen, krijgt de jongste, de watercooler in het vizier. Onmiddellijk laat ze de Deense blokjes voor wat ze zijn en stapt ze op het apparaat af. Maar helaas, moeder is haar voor: ‘Nee Hilde, we gaan niet drinken. Want dan zit je straks nét op de stoel en dan zal je zien dat je moet plassen’. Geef haar eens ongelijk.

Als de tandarts moeder met één van haar kinderen binnenroept, zie ik haar nadenken. Ze besluit dat haar oudste de kat op het spek moet temmen. En als extra stimulans belooft ze Hilde een beloning, als ze tenminste niet drinkt.

Wat ik stiekem al hoopte gebeurt. Moeder is amper weg, of Hildelief laaft zich aan het verboden vocht. Achter een overjarige Libelle lach ik zo zacht mogelijk, bang dat broerlief denkt dat ik hem uitlach.

Als moeder terug is, neemt de oudste wraak. Hij verlinkt zijn zus. Moeder echter luistert rustig, geeft mij een knipoog en zegt tegen Hilde dat ze naar de beloning kan fluiten. Ze doet het allemaal met veel geduld, die mij aan hoge cijfers doet denken. Of Hilde die later ook haalt? Ik betwijfel het.

Bekertje

 

 


KrentenbolHet huwelijk

Terwijl ik bij de bakker op mijn beurt wacht, realiseer ik me dat voor sommigen het leven geen zoete krentenbol is. De vrouw vóór mij getuigt daarvan. Zij doet ongevraagd een boekje open over haar huwelijk.

De bladzijden van haar trouwboekje lijken meest zwart. Ze zucht dat het typisch mannen zijn die de verjaardag van hun vrouw vergeten. Vandaar dat ze zichzelf maar trakteert. Eens flink uitpakken is voor haar doe-het-zelven.

Mijn poging de mannelijke eer nog enigszins hoog te houden – deze jongen weet immers wél wanneer zijn vrouw verjaart – is kansloos. In plaats van samen te nuanceren, doet de andere sekse er nog een schepje bovenop. Haar meneer vindt cadeaus überhaupt zonde van het geld.

De bakkersvrouw en ik wisselen blikken. Stilzwijgend spreken we af dat vanaf nu alleen de stilte spreekt. Geen olie op het vuur.

De ongelukkige lijkt zich plots van haar toestand bewust. Misschien daarom gooit ze alsnog tegenwicht in de schaal. Straks, als ze thuiskomt, zal hij er namelijk niet moeilijk over doen als blijkt dat zij wat geld heeft laten rollen. Zo gaat het al vierenvijftig jaar.

Als de vrouw verdwenen is, zoeken de bakkersvrouw en ik naar woorden om de bij ons teweeggebrachte dissonantie op te heffen. Maar verder dan ‘Ach ja, mensen verschillen nu eenmaal’, komen we niet. De woorden zijn op. Uitverkocht. Net als de krentenbollen.

Huwelijk collage

 

 


Gele autoOude liefde

Mijn eerste auto was geel en niet zo’n beetje ook. Verlichting was eigenlijk overbodig. Het was een Datsun 100A, waaraan de kwalificatie ‘De luxe’ was toegevoegd. Overigens heb ik nooit kunnen ontdekken wat er dan wel zo luxe was, maar dat zal wel aan mij liggen.

Ik denk terug aan mijn gele gevaar, nu ik sinds kort steeds vaker wordt geslagen. Door mijn dochter, welteverstaan. Waar dat op slaat, dat leg ik uit.

Tijdens autoritjes spelen we vaak een spel. Een spel waarbij het erom gaat wie als eerste een geel vehikel in de smiezen krijgt. Zie je er één, dan brul je ‘Gele auto!’ en geef je de ander een tik. Een lolletje, zolang het maar geen blauwe plekken achterlaat.

Alleen, wanneer is een brik geel te noemen? De regel is dat een auto geel is, als hij dat grotendeels is. Ambulances doen in de meeste gevallen dus mee, al blijkt het nog een kunst te zijn om door al het geweld van zwaailicht en sirene heen, het geel zijn op te merken. Maar oefening baart kunst.

Vrachtwagens zijn trouwens iets aparts. Is het voorstuk geel, maar de laadbak of container niet, dan doet de combinatie niet mee. Immers, het merendeel is anders gekleurd. Is het achtervoegsel daarentegen okergeel, dan telt het zaakje wel mee. Logisch, want anders had okergeel wel okeroranje geheten.

Misschien denk je nu dat ik het spel meestal win omdat ik als bestuurder goed op het verkeer let. Helaas, de praktijk is anders. Droeviger, zo je wilt. Dat komt doordat in mijn aandacht het fenomeen kleur, zelden voorrang heeft. Het gemep is dus vooral eenrichtingsverkeer.

Zo ook, eerder deze week. Mijn dochter en ik zien een auto rijden. Ik zie dat het een oude Datsun 100A is en wil dit vreugdevol delen, maar mijn dochter gilt net even eerder: ‘Gele auto!’. Oude liefde roest dan misschien niet, zij maakt wel blind.

Datsun100A DeLuxe

 

 

 


 

MV verschilWas will das weib?

Tuin ik er toch weer in. Geef ik antwoord op haar vraag of hoge hakken of laarzen beter passen bij het concert. Moet ik niet doen. Ik moet alleen maar luisteren. Desnoods voorwenden dat ik over een antwoord nadenk. Dat is doorgaans genoeg.

Ken de klant, is een goed advies. Ken de vrouw, nog beter. Besef als man dat de vragen van een vrouw altijd camoufleren. Dat de schaapskleren noden tot het op je hoede zijn.

Vraagt ze je bijvoorbeeld of ze iets mag demonstreren, kijk dan niet met een voor kennisgeving aannemende blik. In godsnaam niet. Zie daarentegen doorheen de mist de vage contouren van een bevel om voortaan net te doen als zij. Nee, niet vanaf volgende week, maar per direct.

En vraagt ze je een klus te klaren, hoor dan het verhulde ultimatum. Dat dus al is verlopen, want was je een wijze kerel, dan stonden die vuilniszakken natuurlijk allang buiten.

De taal van de vrouw. Voor mannenhersens vaak onverstaanbaar omdat haar geheimen zich tussen de regels verbergen. Bij een nieuw bankstel, een nieuwe auto of nieuw ondergoed, gaat het haar niet om de functionaliteit, maar om het ‘mooi zijn’. Dát heeft prioriteit. Wil je een goed lopende herenmodezaak, begrijp dit dan als het je opvalt dat vrouwlief vaak meegaat.

Ben ik horende doof, dan geef ik antwoord. Maar dat is hetzelfde als spugen tegen windkracht 12 in. Dan raad ik haar aan hoge hakken te dragen, maar net zo goed zeg ik niets. ‘Is dat niet een tikkeltje ordinair?’ twijfelt ze. ‘Nee hoor schat’, blunder ik nog een keer.

Pas wanneer ze naar de auto loopt, besef ik hoe blind ik zo-even was. Wat ik al eerder zag, dringt eindelijk tot me door: tijdens het vragen had ze de laarzen al aan waarmee ze nu in de auto stapt.

freud

 

 

 

 


HoogtevreesHoogspanning

Soms brengt een mens zichzelf daar, waar hij niet wil zijn. Zo ben ik in een flat in Purmerend, op zeven hoog. Ik ben liever beneden.

De vrees voor diepte, doet me angstvallig over de galerij gaan. Bloempotten zijn bijna niet te nemen obstakels omdat ze me ietsje dichter naar de balustrade dwingen. Een martelgang.

Vriendin in de verte ziet het glimlachend aan. ‘Kom snel binnen’, zegt ze. In haar woning opgesloten, voel ik me bevrijd.

De woning is ruim en het uitzicht mooi. En kijk, de zeven kleuren van net vormen plots een regenboog. Hier aarden zou best eens kunnen, gesteld dat ik nooit meer naar buiten hoef.

Na enkele genoeglijke uren, is er een tijd van gaan. Tijd voor de lijdensweg versa, die ik godzijdank met meer vertrouwen tegemoet zie dan de heenweg. Alles went, althans tot op zekere hoogte.

De jas gaat van de kapstok, een afscheidsknuffel volgt en aan het ‘tot ziens’ voeg ik met veel nadruk toe: ‘Volgende keer bij mij’.

Ironworkers

 

 

 

 


V formatieVroeg

De herfst luidt de doodsklok in beelden. Ganzen vliegen zuidwaarts, een rijpe appel ligt voor het oprapen en kijk, paddenstoelen steken de kop op, ook daar waar honden plasjes doen.

Het derde seizoen wenkt als vanouds. Een wuiven in de verte, dat ik nooit wil zien. Liever steek ik mijn kop in een zonnig zandstrand, slechts een vliegticket hier vandaan.

Maar dit jaar geef ik me over en ik kijk bewust naar wat aanstaande is. Dat kan ook niet anders, want de weerman spreekt over ‘code geel’. Een nieuwe paraplu is nodig.

Hoewel het pas eind augustus is en de zomer nog speeltijd heeft, blijft zijn nazomer weg. Te rooien aardappelen verzuipen in poelen van ellende op het veld.

‘Het lijkt wel herfst’, zegt de kassière. ‘Zeg dat wel’, zucht ik. En terwijl ze mijn kruidnootjes scant en mij met haar jong groene ogen een gratis glimlach schenkt, verlang ik hevig naar de lente. Nu al.

Vroeg

 

 

 


patatPatatje humor

Als de liefde van een man door de maag gaat, dan is het omgekeerde misschien ook waar. In dat geval gaat de maag van mijn vrouw door mijn liefde. Dus wil zij patat, dan krijgt zij patat.

Maar eerst brengt de liefde voor mijn dochter, ons naar de speelgoedzaak. Een betere haaknaald is nodig voor het punniken met elastiekjes. ‘Loomen’ heet dat. Immens populair en het is dan ook een kwestie van tijd voordat het woord zich in de nieuwe Van Dale nestelt.

Na een geslaagde jacht rommelt de maag. De pizzeria om de hoek lonkt geurig, maar ook de jongedame wil patat en dus gaat het richting snackbar. Tegen dubbele liefde is een man niet bestand.

Na het bestellen volgt het wachten. De elastiekjes zijn intussen uit het zakje en worden vingervlug dooreengevlochten. Ik aanschouw de vakkundigheid die mijn vermogen ver te boven gaat en zeg: “Ik snap daar helemaal niets van.”

Mijn nageslacht glimlacht, zet een volgend elastiekje op en zegt: “Dat maakt je ook zo lief pap”. En terwijl ik schaterlach en afreken, moet ik denken aan wat Tommy Wieringa schreef: Humor is een hogere vorm van intelligentie. Een waarheid, want zij gaat door het hart.

Loomen

 

 

 

 


Engels doofEngels doof

Jaren geleden. Ik ben beginnend radio-interviewer en mijn eindredacteur valt iets op. Hij vermoedt dat ik een dove vlek heb en toetst dit vragenderwijs. “Hoor je het zelf ook, dat je tijdens een interview vaak ‘oké’ zegt?” “Oké”, zeg ik. We lachen.

Ik denk eraan, nu mijn zoon verhaalt over school. Een unicum, want jongmensen zwijgen daar gewoonlijk over. Een ongeschreven wet, die al generaties meegaat.

Het begint met klasgenoot S., die vriend K. belt. Althans dat denkt hij, want door een minieme spelfout krijgt hij leraar K. aan de lijn. S. schrikt en drukt de verbinding naar verleden tijd.

De mobiel van de leraar doet waartoe het is geprogrammeerd en onthoudt het onbekende nummer. De man, die behalve lesgeeft ook bijklust, denkt dat een klant hem heeft gebeld en belt terug.

Daar S. niet opneemt, spreekt de leraar een boodschap in. Als S. het bericht beluistert, hoort hij de leraar beweren dat deze druk is in het buitenland en daarom niet kon opnemen. S. weet beter: de leraar stond gewoon voor de klas. Een leugentje om bestwil, een voetstuk brokkelt af.

Het klapstuk volgt evenwel daarna. Want de leraar gebruikt keer op keer een Engelse uitdrukking. Een dove vlek? Misschien. In ieder geval een hypothese die tijdens de volgende les wordt getoetst. Na iedere uitleg, roepen S. en zijn maten in koor: “So far, so good”. Maar de leraar, hij hoort het niet.

Engelse vlag2

 

 

 


olivetti-lettera-32Tweede

De vrouw doet open en kijkt me verbaasd aan. Kennelijk matchen mijn voorkomen en telefoonstem niet. Maar ze herpakt zich snel en we schudden handen. “Aangenaam”.

Het ding dat een kwartier geleden alleen een Marktplaatsfoto was, krijg ik nu overhandigd. “Werkt ie nog goed?” vraag ik. Daarop opent de vrouw het zwarte deksel en kijken we samen naar een door haar getypt briefje, dat nog op de rol zit. ‘Met vriendelijke groet’ staat erop. Bewijs geleverd.

Tevreden rijd ik naar huis, waar ik de machine op tafel zet. “Kijk, dít is nu een typemachine”, onderwijs ik. Mijn kinderen kijken leergierig over hun moderne toetsenborden heen, naar de voorvader. Daarna betasten hun vingers voorzichtig het qwertyklavier. Herkenning.

Het is een groene Olivetti Lettera 32. Ontworpen in 1963, mijn geboortejaar. De tijd dat er nog dingen werden gemaakt die niet stuk gingen. De machine ziet er dan ook goed uit en lijkt klaar voor hergebruik.

De rikketik is inderdaad levensvatbaar en zelfs in het oude lint zit nog wat adem. Onze namen verschijnen wazig op het papier, een bewijs van ons bestaan.

Na het uitproberen is het machientje gezien, dekseltje dicht. De missie om een verjaarscadeau voor mijn vrouw te vinden, is zo goed als geslaagd. Bijna, want ze is pas vervolmaakt als er een nieuw lint op zit. Sommige dingen hebben een lang leven, maar geen tweede.

Olivetti_L32 klein

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *