Opvoedkunst

50Shares
Share Button

Ooit zat ik op een roze wolk. Zo een die het zonlicht niet verduistert maar juist versterkt. In een lege kamer van het ziekenhuis hield ik mijn net geboren dochter vast en keek ik zo’n drie kwartier onafgebroken naar haar. Ik was volkomen gelukkig. Hoe anders dan vijf jaar eerder, toen ik als kersverse vader mijn zoon kreeg overhandigd en ik in lichte paniek dacht: ‘Waar zijn we aan begonnen?’

Wat maakt het opvoeden van een tweede kind gemakkelijker? Ten eerste de ervaring. Immers, al doende leert men. Wat ook helpt is een gezonde dosis naïviteit. Zo weet je aan het begin van het ouderschap nog niet dat je de kunst van het opvoeden pas enigszins beheerst tegen de tijd dat het grut het ouderlijk nest verlaat. Een kwestie van wat dan niet weet, wat dan niet deert.

Er is echter nóg iets dat de gang over de met kinderkopjes geplaveide Via Dolorosa van het grootbrengen draaglijker maakt. Iets dat voorkomt dat je je koters achter het behang plakt of wegwerkt in het stucwerk. Een opvoedkundige deelvaardigheid die onlangs op Facebook werd beschreven door mijn achter-achter-en-nog-wat-nicht Marloes.

Omdat Marloes dit op onnavolgbare wijze deed, kon ik niet anders dan een diepe buiging maken en haar vragen haar te mogen citeren. Zij reageerde met ‘Super leuk!’ Ik vatte dit op als ‘Ja’.

Zo komt het dat hieronder de woorden van Marloes staan. Met een kleine waarschuwing vooraf: tijdens het lezen doe je er goed aan een zakdoek en/of een product dat speciaal is ontwikkeld voor ongewenst urineverlies binnen handbereik te hebben. Duidelijk? Komt ie:

Je hebt van die maandagochtenden. Dat de oudste haar bed niet uit wil komen, dat de jongste besluit dat tanden poetsen onzin is en dat de kat een zak met plastic afval heeft veroverd (en vervolgens zijn prooi door de hele keuken verspreidt).

Dat als ze dan eindelijk zijn aangekleed, iemand het voor elkaar krijgt om een verse aardbei op haar T-shirt te knoeien en er vervolgens een ware kledingcrisis ontstaat (wat moet ik dán aan?).

Dat haar gymtas dan ineens kinderachtig is en dat er in alle haast een andere gymtas ergens vandaan moet worden getoverd.

Dat als we dan eindelijk richting school lopen, de jongste bedenkt dat het leuk is om tegen iedere voorbijganger ‘Dikke piemel’ te roepen en dat de oudste dit aanmoedigt.

Dat je met het zweet op je rug op school aankomt en je dan bedenkt dat je erbij loopt als Ma Flodder, terwijl je je nog zo had voorgenomen om nooit zo’n moeder te worden.

Afijn, gelukkig zat de tandpasta nog op m’n wang, dus ik had in ieder geval wel m’n tanden gepoetst.

#jekrijgterzoveelvoorterug

Share Button
50Shares

Waaiwijf

134Shares
Share Button

Tijdens het middagrondje met mijn vierpotige vrienden, zie ik dat de storm tot nu toe al aardig heeft huisgehouden. Talloze takken liggen op ongebruikelijke plaatsen, in schuttingen gapen waaiboomgaten en een vergeten binnen te halen rolcontainer met het cijfer negentien schuift inmiddels voorbij huisnummer zeven. De storm die uithaalt met windkracht tien en op de Wadden zelfs met elf, heet Eunice. Een pittig vrouwtje.

Terwijl het waaiwijf mij met haar krachtige windstoten slaat en me de adem bijna ontneemt, moet ik lachen om mijn keffers die hun best doen om zich tijdens hun plasje staande te houden. Dat lukt ze wonderwel, waarbij ze er ook nog in slagen de gele straal zo te richten dat ze zichzelf niet bevlekken. Een kunststukje dat de titel ‘Wel gepist maar niet nat’ zou kunnen dragen.

Intussen houd ik bij iedere stap de grote bomen waar we langs moeten lopen scherp in de gaten. Zoals die ene zo’n vijftig meter verderop, die verdacht veel doorbuigt. Vandaar dat ik het wandelpad verlaat en verder ga op het trottoir aan de overkant. Tegen de zin in van mijn drollendraaiers, die juist van plan waren zich te laten bedwelmen door de achtergelaten geur van een teefje. Jammer jongens. Volgende keer beter.

Als we aan de overkant zijn krijgt mijn voorgevoel gelijk als de boom van zo-even een buiging van negentig graden maakt. Hoewel het twaalf meter lange dikke ding netjes langs de schutting van de achtertuin van het eerste huis valt, raakt het wel het schattig korenbloemblauw tuinhuisje achter het tweede huis. Een opberghok waar zo te horen aardig wat aardewerk in stond.

Zielig voor de eigenaren, zou je kunnen denken. Ware het niet dat de natuurliefhebbers het schuurtje ooit neerzetten op grond van de gemeente en zo hun tuin onrechtmatig vergrootten. Een gevalletje Russisch landjepik waar men nu de prijs voor betaalt. Bestraft door een storm die ook Karma had kunnen heten. In de ogen van de pineuten ongetwijfeld een bitch.

Share Button
134Shares