Maandelijks archief: september 2013

Column

10Shares
Share Button

vrede2Lang leve de vrede

De Britse psycholoog Cliff Arnall bedacht ‘Blue Monday’. Hij doelt daarmee op de maandag van de laatste volle week van januari. Volgens Arnall de meest treurige dag van het jaar omdat het een maandag is, de vakanties nog ver weg zijn en de goede voornemens bij het grofvuil staan. Erger kan niet. Nou, beste Cliff, dat kan wél.

Neem afgelopen zaterdag. De zaterdag na het uitspreken van de Troonrede en het opvoeren van het miljarden kostende toneelstuk van de PvdA, getiteld ‘Let’s join the Strike Fighter’. Ik ben van plan om daar even van bij te komen, maar helaas blijkt het de Internationale Dag van de Vrede te zijn.

Wat is er – in vredesnaam – mis met een Vredesdag? Nou, van alles. Want is het geen zwaktebod – en dan druk ik me nog zwak uit – dat de mensheid als antwoord op oorlog en geweld, niet veel beters kan bedenken dan één dagje een staakt-het-vuren? Oké, het is beter dan niets. Maar mag het alstublieft een onsje – ach weet u, doet u maar een kilo – méér zijn?

Geestelijke armoede. Die term komt bij mij op als ik zie dat er op zo’n dag door een groep mensen wordt gemediteerd op het Museumplein. ‘Om de mensen in Syrië te laten voelen dat we er zijn’. Goed bedoeld, zal best. Maar is dat nu het enige dat men kan verzinnen?

Of wat dacht je van het Peace-One-Day-concert in Den-Haag? Volgens initiatiefnemer Jeremy Gilley, dé manier om 600 miljoen mensen (=8,5% van de wereldbevolking) bewust te maken van de Dag van de Vrede. Dus wat alle geloven al duizenden jaren niet lukt, denkt Jeremy in 24 uur even te fixen. I can’t wait Jeremy. Maar niet heus.

Nee, willen we écht wereldvrede, dan moeten we dat in de eerste plaats niet willen. Huh? Niet willen? Ja, precies, niet willen. Waarom? Omdat het streven naar, hetzelfde is als het tekenen van een kaart. Het ziet er misschien prachtig uit, maar het is niet het gebied, niet de werkelijkheid.

De werkelijkheid zien we alleen dan, als we eerlijk naar onszelf kijken en onze ogen open hebben. Dat is pas mediteren. Niet dat gedoe met gekruiste benen en dichte ogen. Dat is flauwekul. Net als zo’n bewustwordingsconcert. Het enige dat daar mooi aan is, is dat het een mooi Scrabblewoord is.

Intussen hoopt Jeremy Gilley dat de Internationale dag van de Vrede een dag wordt als Moeder- en Vaderdag. Het moet ervoor zorgen dat kinderen niet meer worden gepest, dat vrouwen niet meer worden geslagen en dat geweren niet meer worden afgevuurd. Een sympathiek idee, maar ook niet meer dan dat. Want ik vrees dat zo’n dag een Blue Saturday wordt. Niet omdat het een zaterdag is, of omdat de vakanties nog ver weg zijn. Maar wel omdat dit soort goede voornemens bij het grofvuil belanden. Simpelweg omdat vrede geen kwestie is van een dag, maar van een heel leven lang.

vredesduif

Share Button
10Shares

Recensie literatuur

3Shares
Share Button

knielen coverJan Siebelink – Knielen op een bed violen

‘Knielen op een bed violen’ is inmiddels een klassieker binnen de Nederlandse literatuur. Het boek werd keer op keer herdrukt, nadat Jan Siebelink er in 2005 de Ako Literatuurprijs mee won. En ook in het buitenland is er meer belangstelling dan normaal. Zo verscheen dit voorjaar de Engelse vertaling als E-book.

Wat maakt dat het boek zo’n succes is? De thema’s zijn niet nieuw (vader-zoon en man-vrouw relatie, geloofsperikelen), de periode van de Tweede Wereldoorlog wordt niet beschreven en het is een lijvig boek. Toch pak je het steeds weer.

‘Knielen’ vertelt het verhaal van Hans Sievez. Na de dood van zijn moeder is hij alleen met zijn vader. Deze laat zich sterk beïnvloeden door zwaar gelovige turfschippers uit Oost-Friesland. Dit is echter niets voor een vrije geest als Hans en hij keert zijn vader de rug toe. Hans gaat in de omgeving van Den-Haag werken als tuindersleerling.

Op de kwekerij komt Hans weer in aanraking met streng gelovigen. Een collega probeert hem te bekeren. Hans wil daar echter niets van weten, want hij heeft gezien wat dit met zijn vader deed. Later, als hij zijn eigen kwekerij heeft, staat de oud-collega ineens op de stoep. Opnieuw probeert hij Hans te bekeren. Om van het gezeur af te zijn, koopt Hans een van zijn geloofsboeken. Benieuwd naar wat erin staat, leest hij en wordt – alsnog – geraakt. Wat volgt is een leven rondom het geloof, waarbij de hoofdpersoon zowel een strijd levert met zichzelf als met zijn omgeving.

‘Knielen’ is een roman met een sterk autobiografische inslag. Siebelink zag als jongen hoe zijn vader onder de invloed raakte van streng gelovigen, in dit geval de Paauwianen. Door dit boek te schrijven probeerde hij zijn vader beter te begrijpen.

Siebelink zegt dat het begrijpen van zijn vader niet helemaal gelukt is. Wat hij wel begrijpt is het idee dat religie het enige is wat echt telt in het leven. Al het andere is oppervlakkig. Maar, zegt Siebelink, problematisch is wát dan te geloven. Siebelink laat zich dus – in tegenstelling tot zijn vader en de hoofdpersoon in zijn boek – niet in een hokje stoppen.

Siebelink beschrijft goed hoe de Paauwianen op slinkse wijze proberen de macht in het gezin over te nemen. Iets dat Siebelink als kind thuis ook zag gebeuren en wat hem nog steeds steekt. Dat is te begrijpen want tijdens het lezen vraag je je regelmatig af waar de Paauwianen het lef vandaan halen zich zo op te dringen.

‘Knielen’ is goed geschreven. Het kweken van bloemen en planten, de natuur en het gevoelsleven van Hans, komen tot volle bloei. Wel wordt het op een zeker moment wat te veel van het goede en vervalt Siebelink in herhaling. Hij had er beter aan gedaan wat zuiniger aan te doen, net als met het citeren van geloofsteksten die je links en rechts om de oren vliegen.

Afgezien van deze kritiek is de schrijfkwaliteit hoog. Dit geldt bijvoorbeeld voor het ‘opkomen voor de Waarheid’. Siebelink beschrijft mooi hoe de Paauwianen vriendelijk zijn voor wie hun inzichten deelt, maar fel, gemeen en brutaal zijn naar anderen. Knap is dat Siebelink zich hierbij niet afzet tegen de Paauwianen, maar de feiten voor zich laat spreken.

Terug naar de beginvraag: Wat maakt dat het boek velen aanspreekt? Dat zit ‘m niet in het verhaal, de thema’s of de reden die Siebelink aandraagt, namelijk dat het boek veel mensen troost biedt omdat het – zoals Siebelink dat noemt – tegen de ‘verplatting’ ingaat. De populariteit is eerder te danken aan de innerlijke strijd van de hoofdpersoon. Die zal herkenbaar zijn voor veel mensen. Het geloof kan daarbij een rol spelen, maar dat hoeft niet.

Daarnaast zal het boek veel mensen aanspreken omdat Siebelink de spanning goed weet vast te houden. Al lezend voel je regelmatig de neiging om de hoofdpersoon bij zijn lurven te grijpen en hem bij zinnen te brengen. Je vraagt je hoofdschuddend af hoe het toch kan dat iemand zich zo gevangen laat zetten, terwijl hij nota bene zélf de sleutel in handen heeft. Iets wat Siebelink zich over zijn vader nog steeds afvraagt.

knielensterren 8

Share Button
3Shares