Alle berichten van zijnzegje

Kort verhaal – Egoval

20Shares
Share Button

Flarden van een conversatie dringen zich op. Of je wilt of niet, je moet er wel naar luisteren. Niet omdat degenen aan het tafeltje naast ons in een Portugees restaurant in Ferragudo Nederlands spreken, maar vooral omdat er een opmerkelijk spel wordt gespeeld: dat van een alfadier met zijn ondergeschikten. Zo zit de hoogste in rang telkens ongevraagd aan de arm van de echtgenote van zijn mannelijke onderdaan. Een subtiel gebaar waarmee de machtspositie van de man met baard wordt versterkt, vooral omdat de slaafse vrouw er zenuwachtig bij giechelt en er verder niemand protesteert.

Een andere tactiek van haantje-de-voorste is het aftroeven. Als de man zonder baard zegt dat hij die en die BN’er in zijn zaak had, zet baardmans hem op zijn plaats door eroverheen te gaan met: ‘O, die heb ik nog een Volvo verkocht’. En zo zijn er meer manieren waarop de baardaap laat blijken dat hij het altijd beter doet (‘Ik weet een restaurantje waar je nóg goedkoper eet; Ik heb toen kaviaar besteld; Ik heb álle eilanden van Spanje en Italië gezien’). De koetjes en kalfjes van het grote ik, worden gepresenteerd als kampioenskoeien met een strik.

Dat het alfamannetje het bed deelt met een alfavrouwtje wordt pas duidelijk tegen de tijd dat het dessert op tafel komt. De vrouw in bloemjurk zegt weliswaar weinig, maar wie goed kijkt ziet dat het andere stel ook haar manier van doen spiegelt. Totdat het succesvol dreigt te worden, want dan is ons aapje op de rots er als de kippen bij om ze in de rede te vallen en het onderwerp van gesprek te veranderen. Op het menu staan alleen chef specials.

Ondanks het goed georganiseerde aanvalsspel van de mensaap, lukt het de mannelijke underdog toch om onder de druk uit te komen. Dat gebeurt tijdens het afrekenen als juist hij de fooi op tafel legt en de silverback verder uit zijn evenwicht brengt door te vragen waar diens weelderige haardos van jaren geleden eigenlijk is gebleven. De koning met baard komt niet verder dan een stamelend ‘Ja… Eh…’ De schaterlach van de anderen doet de rest.

Share Button
20Shares

Opvoedkunst

50Shares
Share Button

Ooit zat ik op een roze wolk. Zo een die het zonlicht niet verduistert maar juist versterkt. In een lege kamer van het ziekenhuis hield ik mijn net geboren dochter vast en keek ik zo’n drie kwartier onafgebroken naar haar. Ik was volkomen gelukkig. Hoe anders dan vijf jaar eerder, toen ik als kersverse vader mijn zoon kreeg overhandigd en ik in lichte paniek dacht: ‘Waar zijn we aan begonnen?’

Wat maakt het opvoeden van een tweede kind gemakkelijker? Ten eerste de ervaring. Immers, al doende leert men. Wat ook helpt is een gezonde dosis naïviteit. Zo weet je aan het begin van het ouderschap nog niet dat je de kunst van het opvoeden pas enigszins beheerst tegen de tijd dat het grut het ouderlijk nest verlaat. Een kwestie van wat dan niet weet, wat dan niet deert.

Er is echter nóg iets dat de gang over de met kinderkopjes geplaveide Via Dolorosa van het grootbrengen draaglijker maakt. Iets dat voorkomt dat je je koters achter het behang plakt of wegwerkt in het stucwerk. Een opvoedkundige deelvaardigheid die onlangs op Facebook werd beschreven door mijn achter-achter-en-nog-wat-nicht Marloes.

Omdat Marloes dit op onnavolgbare wijze deed, kon ik niet anders dan een diepe buiging maken en haar vragen haar te mogen citeren. Zij reageerde met ‘Super leuk!’ Ik vatte dit op als ‘Ja’.

Zo komt het dat hieronder de woorden van Marloes staan. Met een kleine waarschuwing vooraf: tijdens het lezen doe je er goed aan een zakdoek en/of een product dat speciaal is ontwikkeld voor ongewenst urineverlies binnen handbereik te hebben. Duidelijk? Komt ie:

Je hebt van die maandagochtenden. Dat de oudste haar bed niet uit wil komen, dat de jongste besluit dat tanden poetsen onzin is en dat de kat een zak met plastic afval heeft veroverd (en vervolgens zijn prooi door de hele keuken verspreidt).

Dat als ze dan eindelijk zijn aangekleed, iemand het voor elkaar krijgt om een verse aardbei op haar T-shirt te knoeien en er vervolgens een ware kledingcrisis ontstaat (wat moet ik dán aan?).

Dat haar gymtas dan ineens kinderachtig is en dat er in alle haast een andere gymtas ergens vandaan moet worden getoverd.

Dat als we dan eindelijk richting school lopen, de jongste bedenkt dat het leuk is om tegen iedere voorbijganger ‘Dikke piemel’ te roepen en dat de oudste dit aanmoedigt.

Dat je met het zweet op je rug op school aankomt en je dan bedenkt dat je erbij loopt als Ma Flodder, terwijl je je nog zo had voorgenomen om nooit zo’n moeder te worden.

Afijn, gelukkig zat de tandpasta nog op m’n wang, dus ik had in ieder geval wel m’n tanden gepoetst.

#jekrijgterzoveelvoorterug

Share Button
50Shares