Categoriearchief: Verhalen

Fictie. Hoewel …

Geen redden meer aan

Share Button

Ik krijg een halve hartverzakking, als ik zie hoe ze achter het stuur zit. Haar hoofd ligt opzij, de mond half open en de blik op oneindig. Tel daarbij op dat haar lichtblauwe auto bijna dwars op de weg staat en dat deze daar blijft staan als het licht op groen gaat. Dit is foute boel.

Hoewel ik absoluut geen trek heb in een potje reanimeren (de eerste keer dat ik dat deed brak ik de ribben van het slachtoffer), parkeer ik mijn auto in de berm. Immers, ik ben christelijk opgevoed, de barmhartige Samaritaan indachtig.

Terwijl de adrenaline door mijn lijf giert, kijk ik eerst of er geen ander verkeer aankomt (eigen veiligheid eerst) en speur ik naar eventuele hulptroepen. Die vind ik in de persoon van een jonge meid, die in een witte auto achter die van het slachtoffer zit. Ik zeg haar 112 te bellen. Door de schrik vindt ze haar telefoon niet zo snel.

Even later zie ik – de Heer zij geprezen – dat er nog leven in mevrouw zit. Sterker nog: er is niets aan het handje en de traumaheli kan dus worden afbesteld. Dat ze er zo raar bijzat kwam doordat ze in plaats van rechtdoor, linksaf moest en werd verblind door de zon. ‘Maar wel heel lief van je’ voegt ze eraan toe.

Wat ook lief is van mij, is dat ik een paar dagen later bij de plaatselijke apotheek, het papiertje opraap van een oudere dame. Ze laat het vallen, omdat bij haar het licht uitgaat. Met een onaangenaam klinkende smak stort ze tegen de plavuizen. ‘Gaat u daar maar liggen’ denk ik nog.

Voordat het goed en wel tot mij doordringt dat hier wél redding nodig is, zijn twee anderen mij al voor. Een man met ruitjespet en een van de apothekersassistenten, knielen bij haar neer. Ik zie dat bij de assistente in gehurkte stand, haar bilnaad bloot is komen te liggen. Zoiets helpt relativeren.

Als de onfortuinlijke vrouw even later weer bijkomt, leg ik het papiertje op de balie en stel ik vast dat mijn hulp ook deze keer niet nodig is. Het enige wat ik op deze wereld kennelijk hoef te doen, is lief zijn. Daarmee moet ik het zien te redden.

Share Button

Wegwezen

Share Button

Ik heb een heel leuke dochter. Blije tongen beweren dat dit ook niet anders kan met zo’n vader en ik spreek dat niet tegen. Echter, het voor de helft hebben van mijn genen heeft ook een nadeel. Een kleintje maar, maar toch. Dat blijkt wel als mijn pappenheimer op de Hooigracht in Leiden tegen me zegt: ‘Ik herken ‘t hier niet meer’.

Daarna kijkt ze me hoopvol aan. Van Tom Poes wordt een list verwacht. Maar ze vraagt naar de onbekende weg, omdat ik het papiertje met het juiste adres erop in het dashboardkastje liet liggen. Dus keren we ten halve en op onze schreden terug. Wat moet je anders?

Een paar maanden geleden, waren de rollen omgedraaid. In Amersfoort zochten we naar de Stationsweg. Die vonden we, alleen moesten we in de Stationsstraat zijn. Een subtiel verschil, waar Google Maps echter geen boodschap aan had. Zodat we vijfhonderd meter te ver liepen en het daarna begon te regenen. Misschien wel tranen van God, die huilde van het lachen.

Maar in Leiden schijnt de zon. Gelukkig, ook omdat er nog tijd over is. Dus keren we welgemutst terug naar de parkeergarage. Terug naar Start, waar het vanaf de uitgang linksaf moest gaan. Niet zo’n gekke gedachte, want als je maar een genoeg aantal keren linksaf gaat kom je uiteindelijk óók in Rome terecht.

Verdwaal ik dan vaak? Nee, nooit. Maar wel rijd ik op weg naar een onbekende bestemming, altijd minstens één keer verkeerd. Zelfs met een routeplanner voor m’n snufferd. Dus kijk niet vreemd op als je me ziet rijden in de richting waar ik zojuist vandaan kwam. Maar echt verdwalen? Nee. En ik hoop dat dit nu ook bij mijn dochter het geval is.

Alsof mijn gebed wordt verhoord schreeuwt ze: ‘Ja! Hier is ‘t!’. Ze ziet plots dat het na één keer linksaf, nóg een keer linksaf moet zijn. Zo gezegd, zo gelopen en even later staan we voor het beoogde bedrijfsverzamelgebouw op de Middelstegracht. Waar nog wel een klein probleempje wacht, want wat was ook alweer het juiste nummer? Nummer 84 is er namelijk in de smaken A tot en met M. Iene miene mutte.

Als we een paar uur later thuis zijn, vraagt de net veertienjarige wat pa ervan vindt als ze komend weekend met twee even oude vriendinnen naar Amsterdam gaat. Nou, dat vindt paps niet zo’n goed idee. Hij vreest namelijk dat hij zijn erfelijk zwaar belaste wegwees, dan aan het einde van de dag moet ophalen in Appingedam, of nog erger: Rotterdam. Dat begrijpt ze direct. Haar geërfde genen hadden kennelijk al zoiets verwacht.

Share Button