Categoriearchief: Verhalen

Fictie. Hoewel …

Kuren

47Shares
Share Button

Als ik terugloop naar de parkeerplaats, is er plots getalbegrip. Het inzicht dat 28 sigaretten per dag best veel is. Natuurlijk leer je al tellen als je klein bent, maar beseffen wat een hoeveelheid werkelijk waard is gaat een stap verder. Nu de rook om mijn hoofd verdwijnt, dringt het pas tot me door dat een pakje per dag eigenlijk duizelingwekkend veel is.

Terwijl ik wegrij, voel ik het zojuist gekochte doosje pleisters nog in mijn jaszak zitten. Gelukkig, want zonder klantenkaart mocht ik meer dan twintig euro afrekenen. De een zijn verhoedde dood, is de ander zijn brood. Maar ik vind het best, omdat ik onder aan de streep geld overhoud en de strips de trek verminderen. Daarom ga ik door met het plakken van één kleefstrip á 21 mg per dag. Zo houd ik de moed erin.

Na de eerste week, heb ik het aantal stinkstokken gereduceerd tot tien per dag. Een significante vermindering, die behalve te danken is aan de plakplaatjes, ook aan mijn wil. Die heb ik hard nodig, omdat ik bij vlagen weerstand moet bieden aan een enorme trek. Ze is minstens net zo hevig als het worden verleid door een bloedmooie, ontklede vrouw, die zinnenprikkelend in je oor fluistert: ‘Neem me!’ Blijf dan maar eens gefocust.

Ook lukt het me te blijven minderen, omdat ik allerlei psychologische trucs toepas. Zo stimuleert het dat ik het bespaarde bedrag (tot nu toe meer dan zestig euro) vrij mag besteden. Wel op de voorwaarde dat ik niet meer peuken rook dan mijn dagtarget, die uiteindelijk naar nul gaat. Sjoemel ik toch, dan gaat het hele bedrag in één keer in rook op.

Ondertussen is het een kwestie van doorbijten. Bijvoorbeeld nu ik achter het stuur zit en in mijn verbeelding die pitspoes van Marlboro dicht tegen me aan komt liggen. Ze vraagt of ik zin heb in een vluggertje. Nou, dat heb ik wel. Al denk ik dat het beter is dat ik eerst naar huis rij, om daar een verse pleister te plakken.

Share Button
47Shares

Als het vuur gedoofd is

41Shares
Share Button

Nu het nieuwe jaar met één been uit bed is gestapt en de berichten in de media over vuurwerk uitdoven, denk ik terug aan oud- en nieuw. Niet omdat ik per ongeluk de champagne van mijn vrouw op dronk (wat mij op een fikse vermaning kwam te staan), maar omdat onze viervoeter weer behoorlijk van de leg was.

Het beest (merk Jack Russell) is er normaal gesproken als de kippen bij om uit te gaan. Daar bereidt hij zich op voor, door in starblokhouding mij een uur lang indringend aan te staren. Totdat het derde kerstdag is en de eerste strijkers van het type ‘imported from Polen’ zijn te horen. Aankijken verandert dan in wegkijken. ‘Ja graag’, wordt: ‘Nee, alsjeblieft niet’.

Dat het oorverdovende geweld onze stoere terriër doet veranderen in een bolletje trilharen, is op zich wel te begrijpen. Immers, een hond kan veel beter horen dan een mens en het zou me dan ook niet verbazen dat hij af en toe gromt, omdat die schele in Noord-Korea weer eens een raket lanceert.

Toch blijft de jaarlijkse zenuwinzinking vreemd, want onze vorige hond was van hetzelfde type en ging zonder te verblikken of verblozen aan elke mortiergranaat voorbij. Dit omdat ik hem als pup liet wennen, door hem op zijn eerste oudejaarsavond in mijn armen mee het balkon op te nemen. Vandaar dat ik zeven jaar geleden dezelfde truc uithaalde met Jack II, die echter een veilig heenkomen zocht onder de bank. Rara, hoe kon dit?

Tot nu toe doen we er alles aan om het leed zoveel mogelijk te verzachten: uitlaten tijdens etenstijd omdat er dan minder mensen op straat zijn, de bench bedekken met een kleed en zelfs rustgevende pilletjes kwamen er een keer aan te pas.

‘Wilt u pinnen?’

‘Ja, graag.’

‘Dat is dan tweeëndertig euro vijftien.’

Geen punt, ware het niet dat de bijwerkingen het beoogde resultaat ver overtroffen en onze huisvriend een kwartier na inname stond te beven alsof hij op een trilplaat stond.

Het was dan ook heerlijk dat er op 2 januari al nauwelijks meer een knal was te horen. Fijn omdat we zagen dat de spanning, langzamerhand uit het lijfje verdween. Iets wat ik aan den lijve ondervond, toen ik mijn vriend onder mijn arm de trap af droeg en ineens voelde dat mijn linker lichaamshelft, warm en vochtig werd. Iets te vroeg gejuicht.

Share Button
41Shares